Stabilisatie (1673-1775)

De wetenschap bloeide in Leiden. Knappe koppen weerspiegelden de schittering van de Verlichting.

De grote lijn

Intellectuele bloeiperiode
De Leidse universiteit ging van de barokke praal van de late zeventiende eeuw over in de schittering van de Verlichting. Rond 1700 beleefde de wetenschap in Leiden een van de meest aansprekende intellectuele bloeiperiodes.

Stagnatie
In de achttiende eeuw stagneerde de economie in de Republiek. Het land gleed weg naar een tweederangs positie. De universiteit moest op haar beurt de internationale ambities bijstellen. De interactie tussen Republiek en universiteit kwam zo pas goed naar voren ná de Gouden Eeuw.

Arbeidsmarkt
De arbeidsmarkt zakte in. Academici kwamen maar moeilijk aan de bak omdat er geen behoefte was aan nieuwe ambtenaren. Studeren was slechts weggelegd voor mensen die zich de luxe nog konden veroorloven. Ondanks teruglopende studentenaantallen slaagde de universiteit erin haar positie te stabiliseren als leverancier van kennis en kunde.


Universiteit & stad

Verzamelingen
Het grote publiek was dol op de rariteiten in de kabinetten, het Anatomische theater en de Hortus medicus. Deze verzamelingen waren 'tot nut en vermaak' van de burgers. De diversiteit van de collecties was opvallend. Daarmee benadrukte de protestante universiteit de verscheidenheid van Gods handelen. Zo zag je de theologische moraal van die tijd terug in de universitaire verzamelingen.

Hortus botanicus
Planten en kruiden stonden volgens een bepaalde ordening in een systeemtuin voor medisch onderzoek. Deze Hortus medicus werd gaandeweg meer een Hortus botanicus. Op extra aangekochte grond achter het Academiegebouw bouwde de universiteit de eerste broeikas voor tropische planten, de Africaansche ronde kas. Bezoekers keken er hun ogen uit, en anders wel in het Ambulacrum. Daar was een permanente tentoonstelling van zeldzaamheden uit alle koloniale windstreken. De Hortus breidde deze toch al bonte verzameling uit met vogels, vissen, insecten, gedroogde planten en mineralen.  

Academische tuin

Academische tuin

Onderwijs

Museum vernoemd naar Boerhaave, leermeester van Europa

Museum vernoemd naar Boerhaave, leermeester van Europa

Beroepsopleidingen
Het onderwijsaanbod versmalde tot drie praktijkgerichte beroepsopleidingen voor:

  • predikanten
  • juristen
  • artsen

Voor de artsenopleiding dreigde concurrentie vanuit Groningen. Het was de hoogste tijd om het medisch onderwijs in Leiden te verbeteren. Een nieuw chemisch laboratorium bleek een slimme zet om studenten terug te lokken. Tijdens een hevige pestepidemie waren ze uitgeweken naar de medische faculteit in Utrecht.

Onderwijs aan het ziekbed
Een extra trekpleister voor Leiden was Boerhaave, hoogleraar geneeskunde, botanie en chemie. In het Caecilia Gasthuis doceerde hij over ziekteverschijnselen aan het bed van de zieke. Patientgericht onderwijs bestond officieel in Leiden sinds 1636. Sylvius tilde dit onderwijs aan het ziekbed naar een hoger niveau. Samen met zijn studenten observeerde hij de zieken en discussieerde over symptomen, oorzaken en een mogelijke behandeling. Boerhaave was de getalenteerde onderwijzer en briljante clinicus waarvoor studenten, wetenschappers en dokters in groten getale naar Leiden kwamen. Hij kreeg de bijnaam 'leermeester van Europa’. Zijn leerling Albinus was bekend om zijn anatomische werk over botten en spieren.


Onderzoek

Instrument  Van Musschenbroek in Museum Boerhaave

Instrument Van Musschenbroek in Museum Boerhaave

Wetenschapsrevolutie
In honderd jaar tijd, van Gallileï tot Newton, had zich een revolutie afgespeeld. Tegen het einde van de zeventiende eeuw was het wetenschappelijke denken sterk veranderd. Kennis was een zaak van de eigen waarneming en redelijkheid het ruilmiddel van de gedachtewisseling. In de woorden van de Engelse filosoof Locke: 'Wat iemand alleen maar gelooft of in vertrouwen aanneemt, is niets dan schijn'.

Proefondervindelijk onderzoek
De komst van de Franse filosoof Descartes veroorzaakte heftige botsingen binnen de universiteit. Toch volgde rond 1700 één van de grootste intellectuele bloeiperioden. Proefondervindelijk onderzoek luidde het parool. Descartes en de Engelse natuurkundige Newton waren voor veel Leidse professoren dé bronnen van inspiratie. Multitalent Boerhaave, 's-Gravesande en Van Musschenbroek populariseerden de wetenschapsopvatting van Newton. Zij gebruikten als eersten in Europa zelfgemaakte instrumenten voor proeven met elektriciteit en stoom. De universiteit bouwde laboratoria voor fysica en chemie.


Studenten

Kleine elite
Er kwamen niet alleen minder, maar ook andere studenten naar de Leidse universiteit. Ze behoorden voornamelijk tot een kleine elite uit de regio. Het beurzensysteem was verdwenen. De laagste sociale laag verdween vrijwel door gebrek aan financiële draagkracht. In de tweede eeuw van haar bestaan telde de universiteit krap 19.000 studenten.

Sociaal kapitaal

De jongens uit de hogere burgerij kregen van hun ouders een universitaire opleiding met het oog op een toekomstig beroep. Steeds vaker kwamen nu ook adellijke zonen naar de universiteit ter voorbereiding op hun bevoorrechte sociale positie in de wereld. Ze beschouwden een academische graad als sociaal kapitaal. Onder hen steeg promoveren in aanzien.

Studentikoze mentaliteit

De student onderscheidde zich in de loop van de tijd door een eigen studentikoze mentaliteit. In een studententijdschrift in 1774 stond de aanbeveling om zich in de verhouding tot de burger … 'vriendelijk en beleefd (te) toonen, zonder hunne conversatie te zoeken'.
Zie ook: Tentoonstelling Academiegebouw - Internationale universiteit

Laatst Gewijzigd: 06-02-2013